Hoe moet je omgaan met iemand die een vorm van autisme heeft?
Mensen met een autisme-spectrumstoornis hebben een specifieke hulpvraag op eigenlijk alle levensterreinen; onderwijs, wonen, sociale contacten, vrije tijd en arbeid. Ondanks dat de verschillende vormen van autisme zorgen voor verschillende uitingsvormen, kan veelal op een vergelijkbare manier met hen worden omgegaan, afgestemd op de individuele behoefte van de persoon met autisme. De begeleiding en behandeling moeten afgestemd zijn op de onderliggende oorzaak van het gedrag. Door hun manier van informatie verwerken is de wereld voor mensen met een autisme-spectrumstoornis vaak onvoorspelbaar, chaotisch en bedreigend.
Structuur, (structuur in tijd, ruimte en materiaal), duidelijkheid, voorspelbaarheid en individuele aandacht vormen dan ook de sleutelbegrippen in het omgaan met deze mensen. Vanuit de veiligheid die dat oplevert kunnen mensen met een autisme-spectrumstoornis zich ontwikkelen en zich prettig voelen in onze wereld. Kortom, hierdoor verbetert de kwaliteit van leven. Structuur betekent niet eentonig! Afwisseling en uitdaging is nodig en net zo gewenst als bij mensen zonder een autisme-spectrumstoornis.
Belangrijk is dat (letterlijk) zichtbaar wordt gemaakt waar en wanneer activiteiten plaatsvinden. Omdat deze mensen moeite hebben teveel prikkels tegelijk te verwerken is het aan te raden de dingen één voor één aan te bieden zodat zij opdrachten één voor één kunnen uitvoeren. Dit alles geeft houvast in hun leven. Mensen met een autistische stoornis hebben veel persoonlijke aandacht nodig en zijn vaak beter op hun plaats in kleine groepen.
Zij kunnen over het algemeen slecht tegen kritiek en hebben veel waardering en sturing nodig. Men dient er goed op te letten dat anderen in de directe omgeving (bijvoorbeeld andere gezinsleden) voldoende aan hun trekken komen. | | |
|